Muiterij op de zeven provinciën
In de nacht van 4 op 5 februari 1933 lag het pantserschip
"de zeven provinciën" voor anker in de Atjehse haven Olehleh. Aan boord
bevond zich de 22-jarige luitenant 3e klasse Johannes Abraham Agelink van
Rentergem. Terwijl de hoogste officieren zich aan wal bevonden, brak aan boord een muiterij uit onder de inlandse bemanningsleden.
Agelink van Rentergem werd samen met anderen aan boord vastgehouden, terwijl het schip de haven uit vluchtte. Pas na vijf dagen kwam een eind aan de muiterij. Een Dornier vliegboot zou als waarschuwing een bom voor de boeg van "de zeven provinciën" gooien. Het werd echter een voltreffer: 19 muiters dood, en 11 zwaargewonden. Dit was meteen het einde van de muiterij.
Nadat aan zijn hachelijke avontuur een eind was gekomen wachtte
de jonge luitenant nog een beproeving: de zeekrijgsraad!De officieren werd verweten dat zij zich niet genoeg hadden verzet tegen de muiters. Omdat de jonge officieren 3e klasse het minst te verwijten viel, kregen zij slechts 5 dagen cel, hetgeen overeen kwam met het voorarrest.
Johannes Abraham Agelink van Rentergem bleef marine-officier en ging op 17 juli 1960 met pensioen, in de rang van kapitein ter zee.
<- Artikel uit "Het Vaderland" van 6 februari 1933